Home reisverslag

Reisverslag

Woensdag 22 augustus. Eindelijk is het zover. Na een half jaar voorbereiding vertrekken we naar Tibet voor ons ' Rondje Tibet' . De Soester club verzamelt bij Ruud en dan valt pas op wat voor enorme pakketten met fietsen we meenemen. Bovendien zijn ze bijna allemaal veel zwaarder dan de toegestane 20 kilo. Iedereen heeft wel extra voeding, fietskleding en reserve onderdelen erbij gestopt. Dat blijkt op Schiphol bij het inchecken. Waar 6 fietsen met overgewicht gewoon wqorden doorgelaten heeft Ruud de pech terecht te komen bij een jongedame die daar net werkt en niets buiten de regels om durft te doen.  30 kilo betekent 240 euro bijbetalen. Dat doen we natuurlijk niet en we blijven haar proberen om te praten tot ze bijna wanhopig is. Superieuren erbij en een oudere dame laat ons door onder het motto ' alle foetsen wegen 20 kilo' . Bovendien hebben we haar het doel van onze tocht vertelt en dat maakt indruk en helpt ons mooi verder.

In bij instappen blijken onze relaties te werken. We worden allemaal in de businessclass gezet. Wat een verschil. Een meter beenruimte en luxestoelen om in te slapen.

vertrek schiphol

Donderdag 23 augustus. Voor we het weten zijn we in Chengdu. Ook daar hebben onze relaties met de douane in Nederland resultaat. De brief die we hebben meegekregen opent alle deuren. We krijgen waar mogelijk hulp en als de fietsen niet in de bus passen mogen ze in het kantoor van de douane blijven staan omdat we de volgende dag toch doorvliegen naar Lhasa. Moet je op Schiphol eens proberen ! Met de bus gaat het naar het Tibethotel, midden in de stad van 4 miljoen inwoners. De groepsleden die nog nooit in China zijn geweest kijken hun ogen uit over de mensenmassa, het verkeer en de bouwwoede doe overal heeft toegeslagen. Nieuwe wegen. flatgebouwen, industriecomplexen worden in razend tempo gebouwd. ' s Middags brengen we nog een bezoek aan het oude Chengdu, toch nog een uurtje rijden. Mooie oude steegjes met winkeltjes, maar wel erg op de toeristen ingesteld. Terug in Chengdu eten we in een restaurant aan het bekende draaiplateau. Niemand krijgt een eigen schotel of gerecht. Die staan op een draaischijf die voorbij komt en waar je naar believen je hapjes afpakt. Het is heerlijk en temidden van rokende en boerende Chinezen kunnen we vast wennen aan wat ons de komende weken te wachten staat.

Aankomst in Lahsa

Vrijdag 24 augustus. Om 5 uur moeten we weer op. Onze vlucht is verplaatst van de middag naar de ochtend. We kunnen niet allemaal op dezelfde vlucht mee. Ruud gaat als eerste alleen en wordt meteen beticht van kapsonensgedrag. Ook hier moet eerst voor het overgewicht van de fietsen betaald worden maar ook dat wordt meteen veranderd als we zeggen dat we toeristen zijn en dart dat zo belangrijk voor China. Na wee uurtjes vliegen zijn we dan echt in Tibet en begint de reis pas echt. Het vliegveld is, in vergelijking met vier jaar geleden, helemaal nieuw, zoals de meeste vliegvelden in China. Ook de weg naar Lhasa is nieuw. Geen omweg van anderhalf uur maar binnen drie kwartier zijn we er. Bij het binnen rijden is meteen duidelijk dat Lhasa enrom is gegroeid. De afgelopen drie jaar is de stad twee keer zo groot geworden. Een zesbaans weg leidt naar het centrum van de stad. We verblijven in het enrome,spiksplinternieuwe Manasarovar Hotel dat binnen een jaar is gebouwd. Dat blijkt op de kamer van Martin en Ruud waar het bad al flinkt lekt. Helaas ligt het iets buiten het centrum , maar een taxi kost maar 10 yuan, een euro.  Niemand heeft echt last van de hoogte, een  beetje hoofdpijn, een beetje misselijkheid, da's alles. 's Middags hebben we met Paul afgesproken in Snowland, een leuk restaurant in het centrum , vlakbij de Bharkor,  het centrale plein voor de Jokhangtempel. De begroeting is heel hartelijk, het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen. Hij is enorm enthousiast dat we echt iets voor Braille Without Borders willen doen. Veel bezoekers van hun instituut beloven van alles maar er gebeurt weinig , vertelt hij. Na een eerste korte wandeling rond de Jokhanhtempel en een diner in het Yakhotel (ontmoetingsplaats voor veel westerlingen) gaan we op tijd slapen want de vermoeidheid van de reis en de hoogte slaan toe.

Etentje-met-Paul

Zaterdag 25 augustus
. s' Ochtends gaan we op bezoek bij Braille Without Borders, het instituut voor de blinde kinderen in Lhasa. Sabriye is afwezig, zij probeert in India goede mensen te zoeken voor hun nieuwe opleidingsinstituut dat daar bij Kerala wordt gebouwd. Het isntituut ligt in een achterafsteegje en voor de meesten van ons is dit toch een schock, dat het zo armoedig is, althans in onze ogen . Voor de gemiddelde Tibetaan is het een oord van luxe en properheid. Op de binnenplaats zitten kinderen samen te spelen en te zingen. Het ademt een sfeer van geborgenheid en veiligheid voor de kinderen, die dan ook allemaal goedlachs en vrolijk zijn. Paul ontvangt ons in zijn kantoor en vertelt het verhaal van het ontstaan van het instituut en alle problemen en tegenwerking die ze daarbij hebben gehad. Het is een ontroerend, emotioneel verhaal waarbij Paul nog steeds , ook na al die jaren, volschiet. Het toont zijn gedrevenheid om toch door te gaan, ondanks alle tegenslagen. Voorals als Paul vertelt over de vele problemen waarmee Sabriye en hij tijdens de startfase werden geconfronteerd, wordt het hem teveel. Maar de zingende kinderen maken voor hem alles goed. Omdat het een lang verhaal is geworden en er inmiddels enkele Amerikanen op bezoek zijn spreken we af maandag terug te gaan voor de verdere rondleiding.  Daarna bezoeken we de Jokhangtempel. Het is het belangrijkste heiligdom voor de Tibetanen, die dan ook vaak duizenden kilometers reizen om hier te bidden. Dat gebeurt op een speciale manier. Ze knielen en gooien zich dan languit op de grond met de handen vooruit. Die worden vaak bescherm door houten plankjes. Want dit tafereel kan eindeloos doorgaan. Sommige pelgrims leggen zo biddend zelfs de hele weg af van hun woonplaats naar Lhasa. In de tempel zijn er tal van heiligdommen voor de verschillende boedha's. Bij iedere boedha's liggen hopen papiergeld. Het gaat weliswaar vaak om centen maar voor de Tibetanen, die bij ieder heiligdom iets geven. is het veel geld. Monnikken lopen met jutezakken om al dat geld in te zamelen voordat de bergen te groot worden.Ook bij het boedisme gaat het dus om het geld is de conclusie van enkele groepsleden en dat is toch even een tegenvaller.  Daarna maken we een rondgang rond de Bharkor, de straat die rond de tempel loopt en door de pelgrims biddend vele malen wordt afgelegd. Hier zie je de mooiste koppen, want veel pelgrims zijn boeren van het platteland met verweerde, door de zon getaande hoofden, in de mooiste klederdrachten.  's Avonds eten we opnieuwe met Paul bij Snowland en nu we aardig gewend zijn hoort daar ook een pilsje bij.

Bezoek Braille Without Borders

Zondag  26 augustus. Terwijl Cees en Richard in alle vroegte in de rij gaan staan om kaartjes voor het Potalapaleis te bemachtigen, proberen Ruud, Richard vd V. en Martin Rene te vinden, de Nederlandse manager van reisbureau Shigatse Travel, om de details van de reis door te spreken. Maar tien uur zondagochtend is echt te vroeg na een volgens ons alcoholische zaterdagavond. Daarna worden we gemasseerd door enkele blinde oud-leerlingen van Braille Without Borders, die in het centrum van de stad een goedlopende praktijk hebben. Zo zien we het eigen ogen (!) en voelen we ook het eerste resultaat van het werk van Paul en Sabriye. 's Middags gaan we op de fiets naar het Drebungklooster, even buiten de stad. De laatste anderhalve kilometer moeten we flink klimmen en ervaren we voor het eerst aan den lijve wat het betekent in de ijle lucht van Tibet een flinke inspanning te moeten leveren. Na het klooster bezichtigd te hebben fietsen we rustig terug naar het Yakhotel. Daar horen we van de inmiddels ontwaakte Rene wat er allemaal aan begeleiding, tenten en voedsel meegaat. Eten doen we vanavond in ons hotel, maar enkele gerechten zijn zo scherp dat de smaak bij enkele nog lang nabrandt.

Het lanschap

Maandag 27 augustus. De rondleiding door het blinden instituut begint met een verrassing. Op de binnenplaats achter de gebouwen zien we een grote groep kinderen uitgelaten voetballen, jawel, voetballen. Met een bal waar een belletje inzit schoppen twee partijen de bal heen en weer en enkelen hebben een verwoestend schot. Ook rennen ze zonder schroom en zou je denken dat ze alles moeten zien.  daarna is het weer tijd voor de les en zonder dat daar om gevraagd wordt gaan de kinderen terug naar hun klaslokaal voor de volgende les. De ene groep kleintjes leert brailleschrift, de andere groep krijgt Engels.  Er is ook een uitgeverij, waar brailleboeken worden gemaakt. Wat steeds maar weer opvalt is het plezier dat iedereen uitstraalt. Ruzie komt volgens Paul nauwelijks voor en nieuwelingen worden meteen heel hartelijk in de groep opgenomen. De volgende etappe is het maken van foto's voor het Potalapaleis. Paul Kroneberg gaat mee op zijn tandem. Hij weet met zijn charme enkel Chinese agenten over te halen dat we met onze fietsen het plein opmogen, wat streng verboden schijnt te zijn. Hij weet ze zelfs zover te krijgen dat twee agenten een rondje op zijn tandem maken. Dan is het eerst foto's maken voor het Rijwielpaleis, onze fietsensponsor, dan de pet op voor Oracle, de werkgever van Cees en gulle sponsor  en dan het Rabobank shirt aan voor de volgende foto. Dat wordt allemaal gadegeslagen door een groeiend leger verbaasde Chinezen en Tibetanen die zich waarschijnlijk afvragen wat die langneuzen daar allemaal aan het doen zijn. 's Middags bezoeken we het Potalapaleis, de vroegere woning van meneer D. zullen we maar zeggen want zijn naam mag niet worden uitgesproken. Het is een enorm complex met meer dan 1000 kamers, acht verdiepingen hoog. Dat betekent trap op trap af en dat ga je merken. De rondgang is indrukwekken, vooral door de onvoorstelbare rijkdommen die er te zien zijn. Duizenden beelden, maquettes, kunstwerken , van goud of met goud beslagen, gebedsboeken, boedha's in allerlei vormen en maten. Voor de Tibetanen is dit paleis nog steeds het middelpunt van hun religie, ondanks de afwezigheid van meneer D. die in in India woont. Daarna beginnen de voorbereidingen voor de fietstocht. Uitzoeken wat meteen nodig is en wat in de koffer kan. Een klein beetje spanning begint bij iedereen op te komen. Nog een nachtje slapen en dan moet het gebeuren. Er is een tegenvaller. We kunnen niet de geplande route rijden, omdat de Chinezen een groot stuk hebben afgesloten voor alle verkeer. Formeel omdat de weg opnieuw geasfalteerd moet worden maar er zijn ookgeruchten over problemen met een stuwmeer en ook protesten van een milieugroep zouden een rol spelen. Dat betekent voor ons dat er twee zware beklimmingen afvallen en daar is niet iedereen rouwig om. Jammer genoeg missen we daardoor het prachtige Yamdrok meer met zijn fantastische uitzicht. Het zij zo. Daarvoor in de plaats rekeken we op andere prachtige vergezichten.      
Het team in Lahsa

Dinsdag 28 augustus. Half acht. De wekker maakt ons duidelijk dat er geen weg terug is. Nu is het inpakken en op de fiets. Na vier dagen Lhasa is iedereen er ook klaar voor en hebben we het hotel en de stad wel voor even gezien. Na het ontbijt gaat alle bagage in de volgbus en maken we kennis met gids Tashi en zijn vijf hulpjes. Als we vertrekken begint het licht te regenen. In combinatie met een aangename temperatuur is dat geen groot probleem. We fietsen naar Braille Without Borders want daar voor de deur is de echte start. We worden weer hartelijk welkom geheten door Paul, die snel alle kinderen bij elkaar  trommelt voor een officieel  afscheidslied. Dat wordt een heel concert want de kinderen weten niet van ophouden. Gesterkt door dit hartverwarmende gebaar stappen we op de fiets en dan is onze tocht eindelijk begonnen. Eerst Lhasa uit , slalommend tussen andere fietsers , plotseling van links en rechts opduikende auto’ s en motoren. Het Chinese verkeer is een verhaal apart. Er zijn wel regels maar ook eigenlijk niet. Het recht van de sterkste geldt en omdat iedereen daar rekening mee houdt gaat het verbazend goed. Over de zesbaans weg gaat het Lhasa uit, langs splinternieuwe autodealers van westerse merken, talloze kazernes van het Chinese leger  en nu nog lege industrieterreinen, die weldra vol nieuwe fabrieken zullen staan.
Het fietsen gaat lekker, ondanks het af en toe drukke verkeer. Veel Tibetanen kijken verbaasd als ze ons zien langsfietsen maar we krijgen veel aanmoedigingen. Zo trappen we de eerste tientallen kilometers weg. Even achter de afslag naar het vliegveld staat onze lunch klaar. Behalve het busje is er ook een vrachtauto’ tje mee voor de tenten , het kookgerei en het eten. Daar  horen niet minder dan zes Chinese en Tibetaanse begeleiders bij.  Bij de lunch schuift ook Paul Kronenberg aan die op weg is naar de boerderij van Braille Without Borders in Shigatse. Het eten is heerlijk, rijst met vlees en groente. Na de lunch fietsen we nog zo’ n 30 kilometer tot de brug, richting Gyantze. Die weg over de Kamba La is officieel tot Nagartze afgesloten. Dat  is jammer want daardoor dreigen we het magnifieke Yamdrok tso meer te missen. Om dat gemis goed te maken tillen we de fietsen in de vrachtauto en stappen zelf in de bus om zo de Kamba La te beklimmen en het Yamdrok meer te zien.
Als we in de bus 20 kilometer omhoog gaan, wordt er links en rechts een zucht van verlichting geslaakt dat we deze zware  klim niet op de fiets hoeven te doen. Het uitzicht boven op bijna 4700 meter is adembenemend. De Tibetanen beschouwen het turkoise meer als heilig en die eerbied is goed te begrijpen. De afdaling duurt meer dan een uur  omdat halverwege de remmen met  water uit een bergbeek gekoeld moeten worden. Als we op  onze campingplaats aankomen staan de keukentent, de eettent en onze slaaptentjes al klaar. Als we na het eten in de eettent een film zitten te bekijken op de laptop van Cees, bast er plotseling een storm los. De  eettent houdt het niet en wordt uit voorzorg snel afgebroken. Ook de toilettent gaat plat,Wij controleren snel onze eigen tenten en duiken er dan maar in om half tien.


zingend afscheid

Woensdag  29 augustus. Deze eerste nacht kamperen is voor enkele groepsleden een hele nieuwe ervaring. Freddy bevalt het zo goed dat hij nauwelijks zijn slaapzak is uit te krijgen. Na een ontbijt met brood en ei gaan we op pad. Deze tweede dag is aanzienlijk zwaarder dan de eerste. De weg gaat op en af en dat betekent op zijn tijd  flink klimmen. Kunnen we  langzaam wennen aan de zware beproevingen die ons nog te wachten staan. De  omgeving is overweldigend. De weg slingert als een smal lint tussen twee  bergen, met de rivier als continue metgezel. Op die lange weg halen we een Chinese fietser in die ons pad de hele verdere dag zal kruisen. Hij rijdt op een prachtige Giantfiets , heeft idem tassen en uitrusting en is bezig aan een vijf maanden durende fietstocht naar het westen van China. Met een energie, een betere  zaak waardig, probeert hij ons steeds van alles uit te leggen in het Chinees. Terwijl dat toch een taal is waar voor de gemiddelde Europeaan geen touw aan is vast te knopen. Ook ’s avonds zoekt hij ons op om bij ons te kamperen. Onderweg worden we ingehaald door tientallen bussen vol Chinese toeristen die meestal vol verbazing en bewondering naar ons kijken. Als we even langs de kant staan stopt er een bus Chinezen die met ons op de foto willen. Enkele dapperen proberen zelfs een stukje te fietsen maar dat is een stap te ver. Als beloning krijgen we een hele doos heerlijke gepofte rijst. Al fietsend  zien we steeds borden die zeggen dat ook hier de mobiele telefoon bereikbaar is. Ruud neemt de proef op de som en heeft ergens in volstrekt niemandsland contact met Joke alsof  ze om de hoek staat.  De wonderen van de Chinese vooruitgang. Kom daar in Garderen eens  om zegt Richard. Onze tweede campingplaats wordt opgeslagen aan de rand van een Tibetaans boerendorp. Dat betekent automatisch bezoek van enkele nieuwsgierige dorpelingen, die weinig snappen van deze buitenlandse expeditie. De tijd tot het diner wordt door de Tibetaanse en Chinese begeleiders stukgeslagen met een soort  dobbelspel dat fanatiek en om geld wordt gespeeld. Met een glaasje Great Wall wijn sluiten we deze tweede dag af.       

Camping Air Naturel
                                                                            
Donderdag  30 augustus. Het was een lange en vooral natte nacht. We lagen nog niet in onze tentjes of er barste een enorm noodweer los. Bij de eerste serieuze test bleken onze tenten zo lek als een zeef. Niet alleen omdat ze slecht en ondeskundig waren opgezet maar ook omdat de naden niet gesealed en dus niet waterdicht waren. ’s Ochtends kwam iedereen met zijn horrorverhalen van een doorwaakte nacht met de martelende, continue  druppel op hoofd en arm, slaapzak en wielerkleding, de plassen water aan voeteneinde en hoofdkussen.  Nadat de eerste woede gezakt was werd gids Tashi ter verantwoording geroepen en duidelijk gemaakt dat we met dergelijke vijfderangs spullen niet aan onze barre noordelijke route wilden beginnen. Hij beloofde in Shigatse nieuwe tenten te regelen en greep zowaar meteen de mobiele telefoon om het kantoor in Lhasa de mantel uit te vegen.
Dik ingepakt maakten we ons klaar voor de reis, maar tegen de tijd dat we op de fiets wilden stappen brak de zon alweer magertjes door. Nu was er een ander probleem dat ons tegenhield. Twee lege banden, van Richard en van Ruud. Die van Richard was inderdaad alleen leeg, die van Ruud echt lek. Overal langs de weg liggen kleine bolletjes vol doornen en een klein stekeltje was in dit geval voldoende. Omdat alle Tibetaanse reisgenoten wilden helpen duurde het langer dan noodzakelijk voordat de band echt gewisseld was.  De eerste kilometers werden snel weg getrapt en wie kwamen we weer tegen, onze kleine Chinese fietser, die de nacht ook op ons kamp had doorgebracht. Ons gezelschap was hem blijkbaar zo goed bevallen dat hij via Tashi ons duidelijk probeerde te maken dat hij zijn reisplannen wilde wijzigen en graag met ons het ‘ Rondje Tibet’  wilde voltooien. Dat vonden we een minder goed plan om nog twee weken lang in het Chinees over allerlei onbegrijpelijke zaken te worden onderwezen. Toen hij dat van Tashi hoorde, was hij zo teleurgesteld dat hij meteen met fiets en al de eerste bus terug naar Lhasa nam en zijn reis afbrak. Volgens Martin een duidelijk geval van heimwee en eenzaamheid.
Onderweg kwamen we ook Paul Kronenberg weer tegen, op de terugweg van de boerderij in Shigatse naar Lhasa. Gesterkt door een paar mooie verhalen van Paul en enkele dropjes gingen we weer op pad. Na 50 kilometer zeiden we het asfalt vaarwel en bogen we af naar de ongebaande paden, het echte Tibet zoals we ons dat vooraf hadden voorgesteld. We werden niet teleurgesteld in onze verwachtingen. Onbeschrijfelijk mooie vergezichten vol afwisselende kleuren, boeren dorpjes vol modderpaden, ongewassen kinderen op blote voeten, die voor het eerst een druivensuikertje van Cees mochten proeven, in de hoop dat hun Tibetaanse magen daar bestand tegen zijn.
Zo fietsten  we dertig kilometer op onverharde paden naar ons volgende bivak, dat was opgeslagen langs een riviertje, in de buurt van een dorpje. Ook hier weer de nieuwsgierige Tibetanen die komen kijken welke gekke langneuzen bij hun dorp komen kamperen. De tenten stonden nog niet of er barste opnieuw een geweldig noodweer los, maar deze keer hadden we tenten zelf geïnspecteerd en waar nodig opnieuw opgezet. Omdat Nicolette, de vrouw van Freddy jarig was hebben we haar mobiel in Rochester in de Verenigde Staten toegezongen.  Na het eten werd de huisbioscoop geïnstalleerd om een filmpje te bekijken op de laptop van Cees. Omdat de batterijen het halverwege begaven hebben we de ontknoping nog tegoed. Dat iedereen om half tien op bed lag, zal in Nederland niet vaak voorkomen.


blije kiddo's

Vrijdag  31 augustus Na een lange en droge nacht krijgen we brood met ei als ontbijt, heerlijk maar voor een enkeling wat aan de vette kant. Dat roept de vraag op hoeveel kilo we al kwijt zijn, want zoals we bij de keuring op Soesterberg hebben geleerd wordt de energie op grote hoogte vooral uit vet gehaald. Voor de vrienden met overgewicht een prettig vooruitzicht. Onderweg komen we twee Nederlandse fietsers tegen: Jeroen en Eveline, hij was lang tropenarts in Malawi en Rwanda, zij wetenschappelijk onderzoekster o.a. bij het RIVM. Zij waren gestart in Tadzjikistan en hadden al duizenden kilometers achter de rug. Daarbij vergeleken is onze tocht een ommetje.
We rijden door boerendorpen die in rap tempo worden omgebouwd tot kleine stadjes. Overal zie je de Chinese aanwezigheid. Per jaar worden tienduizenden Chinezen met vette premies naar Tibet gelokt en in het hele land gehuisvest. Langzaam worden de Tibetanen een minderheid in eigen land. De kilometers vliegen voorbij en we kijken uit naar de lunch die volgens Tashi over 15 kilometer klaar staat. Maar waar we ook kijken, kilometer  na kilometer, geen lunch. Dan bericht Tashi dat het om de volgende bocht is, weer niets. De boosheid stijgt even snel als de honger. Op tijd eten is essentieel voor fietsers. Een kilometer voor Gyatze staat de vrachtauto en de lunch langs de kant van de weg, maar we besluiten een signaal te geven aan onze helpers en fietsen door. Ruud stopt en wijst Tashi terecht dat dit echt niet kan en in bergetappes zelfs gevaarlijk kan zijn. Wij bepalen waar en wanneer er geluncht wordt. Hij verontschuldigt zich en schuift de schuld op zijn Tibetaanse companen.
We rijden door naar het hotel en als we daar ingecheckt zijn, komen de Tibetanen alsnog met de bordjes lunch, die we in de lobby van het hotel verorberen, met een flesje bier dat tashi heeft gehaald. Moet je in Nederland eens doen, je meegebrachte lunch in de lobby van een hotel opeten.
Na een heerlijke douche, de eerste na vier dagen, verkennen we het stadje en komen uiteindelijk uit in een straat in de oude Tibetaanse wijk, waar de tijd eeuwen stil lijkt te hebben gestaan. Koeien en geiten staan aan een touw voor de deur, uitwerpselen liggen verspreid over straat, op de keien een dode rat. Mens en dier leeft in de krappe huisjes dicht op elkaar en wat dat betekent voor de hygiene en de gezondheid van de bewoners moge duidelijk zijn. Fascinerend om te zien, maar tegelijk roept het ook medelijden op. ’s Avonds eten we in een lokaal restaurant nu eens geen rijst met groente, maar een stukje vlees met frietjes, goed voor de broodnodige afwisseling. En vooral het biertje erbij smaakte best.  

WOW

Zaterdag  1 september. We zijn in de provincie en dat merken we aan het ontbijt in ons hotel. Toegesneden op de Chinese toerist, die tegenwoordig massaal Tibet bezoekt, maar minder op de westerse maag. Met een vet, gebakken eitje op toast en wat cake met jam is niets mis maar na een dag of wat zou enige afwisseling geen kwaad kunnen. We wandelen door de Tibetaanse wijk naar het Palkhorklooster. Voordat we dat ingaan moeten we een hele serie souvenirkramen passeren en dat is een moeilijke opgave voor ons. Er wordt massaal ingekocht, na het traditione spel van afdingen en weglopen. Waarschijnlijk zijn de meeste prullaria te duur gekocht en de Tibetaanse verkoopsters hebben volgens ons de dag van hun leven. Daarna bekijken we in het klooster eerst de Pango Chorten oftewel stoepa. Dit is voor de boeddhisten wat een kruis voor de christenen is. Het symboliseert de geest van Boeddha. Of de toegangsprijzen ook in de geest van Boeddha zijn, wagen we te betwijfelen. 50 Yuan is veel geld voor de Tibetanen. Bovendien moet je nog eens 20 yuan extra betalen als je foto’ s wil maken. De stoepa heeft 4 grote en 16 kleinere kapellen maar voor de niet ingewijde in het boeddhisme lijken ze toch wel erg op elkaar. Na het beklimmen van een hele serie trappen staan we op de bovenste ring en genieten van het mooie uitzicht op Gyantse. In het daarnaast gelegen klooster vallen we midden in een soort gebedsdienst. Monnikken zitten in lange rijen op banken en reciteren religieuze teksten. Ook het vastleggen van dit bijzondere tafereel kost weet 20 yuan. Het beeld van het verheven, onthechte boeddhisme begint steeds meer te wankelen.
Als we het klooster verlaten worden we weer besprongen door de souvenirverkoopsters. Er wordt opnieuw ingeslagen, maar de dames zijn nu door het dolle heen en blijven ons achtervolgen. In een poging ze te ontvluchten, struikelt Paul over een steen en valt. Zijn elleboog is licht beschadigd en zijn broek vuil maar een beetje jodium doet wonderen. Eten doen we in een klein restaurantje. De kok en zijn vrouw spreken drie woorden Nederlands, geleerd van toeristen. Die lokken ze met de woorden ‘ Heel Lekker’ boven de ingang. Hun enthousiasme weerspiegelt zich in het eten dat uitstekend smaakt. Bij het flamberen mogen we zelfs even een blik in de keuken werpen. Als beloning beloven we ’s avonds terug te komen. Even verderop is een sportwinkel en daar zijn de prijzen van dien aard dat we winterjassen etc. niet kunnen laten liggen. De vraag is alleen hoe dat allemaal meemoet. ’s Middags beklimt een deel van de groep het fort, dat het beeld van Gyantse overheerst. Een hele klim maar ook hier is de beloning groot met een fantastisch uitzicht over de wijde omgeving. Hier openbaren zich de eerste maagproblemen bij Cees. Die zullen hem nog even blijven plagen. Met klooster en fort zijn de bezienswaardigheden van Gyantse wel genoemd. Iedereen heeft weer zin op de fiets te stappen en verder te gaan.


dorp

Zondag  2 september. Het zijn verontrustende geluiden , die we horen bij het ontwaken. Het regent niet, het giet en de lucht is donker gekleurd. Geen enkel lichtpuntje te ontdekken. We besluiten eerst te ontbijten en dan verder te kijken. Maar het blijft regenen. Alleen de optimisten in de groep menen dat het iets minder wordt. We besluiten de fietsen op het vrachtauto’ tje te laden en zelf in de bus plaats te nemen. Pas als het droog is gaan we fietsen is ons besluit. Dat gebeurt na een kilometer of 20. De fietsen gaan weervan de auto en flink ingepakt tegen kou en eventuele regen gaan weop pad. De route is vrij saai, recht toe recht aan met links enrechts steeds weer boerendorpen. De vallei tussen Gyantse enShigatse lijkt wel de graanschuur van Tibet. Naarmate de dag vordert komt de zon steeds meer door en gaan de verschillende kledingsstukken uit. Na een lunch in een boomgaard met flinke belangstelling van de boerenfamilie fietsen we de laatste 30 kilomter naar Shigatse. De tweede stad van Tibet toont ook weer alle kenmerken van een gemiddelde Chinese stad: enorme nieuwbouwwijken, brede betonwegen, die na enkele jaren al weer vol gaten zitten en een explosieve groei op alle fronten. Het Manasarovar Hotel heeft prima kamers en ook het restaurant is goed. Alleen een hele groep op hetzelfde moment het eten serveren is wat veel gevraagtd. De tonijnsalade van Richard Roeland komt pas als iedereen zijn hoofdgerecht al op heeft en de pasta van Cees zelfs pas als iedereen al lang en breed klaar is. Maar ze blijven vriendelijk lachen en zich verontschuldigen. Tegenover onze kamers op de eerste verdieping kun je je laten masseren, maar gezien de kleding en houding van de dames
vermoeden we dat die massage wel eens heel anders ingevuld kan worden. Dit is een vreemd fenomeen in Chinese hotels. Vrijwel overal heb je deze massagesalons en het komt vaak voor dat je gebeld wordt of er nog ‘ roomservice’ gewenst is. Vreemd dat dit zo openlijk kan in een land dat uiterlijk zo preuts is en waar tekenen van genegenheid op straat als onwelvoegelijk worden beschouwd. We kijken nog een film op de laptop maar de meesten halen het einde niet en vallen in slaap. Slechte film of gewoon moe na alle inspanningen, wie weet. Om half elf ligt iedereen in bed.


markt en monniken

Maandag  3 september. Opnieuw een dag die begint met regen , maar gelukkig hoeven we niet te fietsen. Na het ontbijt gaan we op zoek naar een bank om te pinnen en geld te wisselen. Dat eerste gaat wel, dat tweede niet. Om te wisselen of cheques te innen moeten we naar het plaatselijke hoofdkantoor van de Bank of China. Bij het wisselen van 100 Engelse ponden zijn vier mensen actief, die alles tien keer controleren, een eindeloze serie papieren invullen, het paspoort kopieren en daarna het geld ook weer tien keer natellen. Over bureaucratiegesproken, je krijgt met terugwerkende kracht enorme waardering voor de efficentie van het Nederlandse bankpersoneel. Op de terugweg passeren we een markt en daar kunnen we gezien de prijzen niet zo maar voorbijlopen. ’s Middags bezoeken we het Tashilhunpo klooster, een van de grootste kloosters in Tibet. Het is de zetel van de Panchen Lama, de tweede in hierarchie na meneer D.L., wiens naam we beter niet kunnen noemen. Het is een enorm complex en vooral de gouden daken zijn prachtig. Ook hier heeft de inflatie flink toegeslagen. Moest je vier jaar geleden voor het maken van een foto in een kapel nog 10 yuan betalen, nu is dat opgelopen tot liefst 125 yuan. We bedanken dan ook feestelijk voor de eer, temeer omdat in alle kapellen het geld rond de heiligenbeelden weer tientallen centimeters hoog ligt opgeslagen. Als we teruglopen horen we muziek. In een tuin van het klooster is een soort ceremonie van monnikken, met dans en muziek. De trommels en een soort koehoorns brengen een eentonige melodie voort en niet alle monikken volgen het geheel met aandacht. Er wordt ook wat gelachen en geravot en voor de leek komt het niet allemaal even eerbiedig over. We lopen terug door een straat vol winkels, de een na de ander en de vraag is hoe al die duizenden winkeliers hier een bestaan van kunnen opbouwen. Enkelen groepsleden zoeken een serieus massage-instituut op voor een voetreflexmassage want hier en daar komen de eerste pijntjes. Eten doen we in het hotel en daarna op tijd naar bed, want morgen begint het serieuze deel van onze tocht en verlaten we de gebaande paden en komen we op het echte, verlaten Tibetaanse platteland.

iedereen aanwezig boerin

Dinsdag  4 september. Het was een bijzondere dag, vol avontuur, onverwachte gebeurtenissen en een spectaculaire afsluiting. Na een rustdag in Shigatse is iedereen blij weer op de fiets te zitten en de smerige stad achter ons te laten. Na een uurtje zijn we bij de boerdeij van Braille Without Borders. We maken kennis met ‘ crazy’ Mike, zoals Paul hem noemt. De Canadees heeft een oogje op de dagelijks gang van zaken maar het management van de boerderij is in handen van de lokale medewerkers. Hij is een oud-jezuit en woont al tientallen jaren in de regio. Samen met ons is er een Duitse familie op bezoek, vader met twee charmante dochters en schoonzoon. Ruud heeft hen in het hotel in Shigatse over onze tocht en Braille Without Borders verteld en daarmee een nieuwe enthousiaste sponsor geworven. Op de boerderij treffen we ook Kjumi. In de documentaire ‘ Blindsight’ zingt hij op het einde ‘ Happy Together’. Op ons verzoek doet hij dat nu weer en het is opnieuw ontroerend. We krijgen een rondleiding door de weverij, de sportzaal en de kaasmakerij, Vooral die laatste maakt indruk. Kraakhelder en schoon, met geweldig personeel. Dat is dan ook opgeleid in Nederland in de buurt van Ommen door de Nederlandse kaasmaker Marinus Post. We kopen kaas en proeven de verschillende soorten. Helaas is de tijd te kort om langer rond te kijken want de tocht gaat verder. Als je fietst kun je niet voor ieder wissewasje afstappen. Als Martin zijn neus ledigt, krijgt het begrip ‘ het snot voor ogen’ voor Paul een hele andere betekenis. We passeren een heilige berg, waar de overledenen op Tibetaanse wijze worden ‘ begraven’. Dat wil in dit geval zeggen dat de naaste familieleden het lichaam in stukken hakken en aan de gieren worden gevoerd. De Tibetanen geloven in reincarnatie en zo kan de geest van de overledene in een andere gedaante weer op aarde terugkeren. Aan de rondcircelende gieren te zien is er een ‘ begrafenis’ gaande. Onze gids Tashi heeft wat moeite met afstanden. Als we hem vragen wanneer we lunchen, zit hij er met zijn schatting van de nog te rijden afstand steevast een kilometertje of tien, twintig naast. Lastig als je honger hebt en aan eten toe bent. Als we bij Trakdruka aankomen blijkt de beoogde route naar het noorden niet berijdbaar vanwege twee ingestorte bruggen. We balen als een stekker, zeker als Tashi voorstelt gewoon over de weg naar Lhasa te rijden. Never, nooit niet, we zijn de stinkende vrachtauto’ s en bussen spugzat. Na overleg besluiten we naar de volgende afslag te rijden en daar te kijken of die binnendoor route wel berijdbaar is. Op weg daar naartoe, stuiten we op een aardverschuiving, die pas enkele minuten eerder is gebeurd . De weg is geblokkeerd door een enorme hoop rotsblokken, eentje met de omvang van een halve vrachtauto. Wat nu? We besluiten te wachten en na een minuut of twintig verschijnt er een enorme shovel. Die gaat monter aan de slag en schuift de rotsblokken aan de kant. Als de klus bijna geklaard is, knapt de benzineleiding. Wij besluiten niet te wachten en draaien om. Dan valt pas op wat een puinhoop de Chinezen ook in een file weten te produceren. Plastic zakken, lege flessen, blikjes, asbakken, alles wordt gewoon op straat gegooid. Voor ons onvoorstelbaar. Als we wegrijden komt er een nieuwe shovel aan dus besluiten we maar weer achteraan te sluiten. Eindelijk is de weg vrij en dan breekt de chaos helemaal los. Auto’s gaan uit de rij, proberen voor te dringen en blokkeren het tegemoetkomend verkeer, daarmee de wachttijd voor iedereen alleen maar langer makend. Na nog een kwartiertje wachten kunnen we eindelijk door. Bij de volgende afslag hebben we geluk. Die route naar het noorden blijkt open te zijn en we verlaten opgelucht de drukke hoofdweg naar Lhasa. Na tien kilometer vinden bij een dorp een beschutte campeerplek in een ommuurde ruimte. Het is al laat en na een snelle hap, gaat iedereen op tijd naar bed na deze lange en avontuurlijke dag.

puinhoop crazy Mike

Woensdag  5 september. De dag begint met een domper. Richard Roeland is ziek. Zijn maag is van streek en hij voelt zich zo zwak dat hij besluit de bus te nemen. Na het traditionele gebakken ei op witbrood gaan we op pad. De route is prachtig. Rustig vooral, door afgelegen boerendorpen, met overal om ons heen bergtoppen vol sneeuw. We fietsen echt door de Himalaya. Het gaat op en af en dat betekent flink klimmen en dan weer dalen. Hier en daar is de weg verdwenen en moeten we onze eigen route zoeken door steenslag en modder. Soms kruist een riviertje ons pad, maar bruggen zijn er niet. Dat betekent soms doldwaze capriolen uithalen om de voeten droog te houden maar na verloop van tijd heeft iedereen toch kletsnatte schoenen en voeten. We ontmoeten een Tibetaan op blote voeten die op z’n gemak bij een rivier gaat zitten om eens te bekijken hoe die langneuzen de rivier gaan overwinnen. Op een andere plek komt een Tibetaan op z’n motor aanrijden met moeder de vrouw achterop. Zij stapt af, hij rijdt door het water en zij op haar Tibetaanse pumps moet maar zien hoe ze de droog de overkant haalt. Eind van de middag rijden we door een modderig dorp. Daar staan ook ons busje en vrachtauto’ tje. Tashi wijst ons waar we ongeveer gaan camperen en wij rijden door. Opnieuw moeten we door een rivier en dat betekent voor iedereen weer natte voeten. Na een kilometer of zeven komen we op een driesprong van wegen waar we wachten op de tenten en bagage. Maar wat er ook komt, geen bus en vrachtauto. Na een uur besluiten we maar terug te rijden, weer zeven kilometer hobbelpad, door de rivier naar het dorp. Daar blijken zowel bus als vrachtauto vast te zitten in de modder. Het halve dorp is uitgelopen en enkele dorpelingen helpen onze Tibetaanse vrienden. Er wordt gegraven, met stenen gesleept en na nog wat overleg komt er een sleepband tevoorschijn en met vereende krachten slagen we erin de vrachtauto uit de modder te trekken. Die trekt vervolgens de bus uit de prut. Wij stappen weer op de fiets en rijden weer zeven kilometer over hobbelpad en door rivier. Daar slaat het noodlot toe voor Martin. Als hij door de rivier rijdt botst hij op een grote steen en slaat zijn stuur dubbel. Hij landt in het water en is drijfnat. Wat erger is, is dat zijn camera ook in het water belandt en het niet meer doet. Door het stuur heeft hij een ‘ voetbalknietje’ in zijn bovenbeen gekregen en de voetballiefhebbers weten dat dat behoorlijk pijnlijk kan zijn. Iedereen is blij als de tenten staan en we met thee en koffie de verkleumde ledematen wat kunnen opwarmen, maar het is te laat en we zijn te moe om te eten. We camperen op 4500 meter en dat betekent dat ook de nacht koud is. We zijn wat blij met onze goede slaapzakken.

lekker aan het dobberen lokale hulp

Donderdag  6 september. Het regent de hele nacht flink. Als we opstaan zijn de bergen om ons heen bedekt met een laagje sneeuw. Vandaag is de Koninginnerit en het wordt een heroische tocht. We gaan de Suga La bedwingen. Volgens de kaart van Tibet is ie 5300 meter hoog. We rijden opnieuw door een oogverblindend mooi landschap, met een rivier lange tijd als constante metgezel. Yaks kruisen ons pad en dat levert prachtige plaatsjes op. Maar naarmate de dag vordert hebben we daar minder oog voor. De weg gaat gestadig omhoog en dat betekent klimmen, klimmen en nog eens klimmen. Achter iedere bocht gaat de weg steeds verder omhoog. Na de lunch denken we in de verte het einde van de klim te zien. Maar wie vaker in de bergen heeft gefietst weet beter. Als we daar zijn gaat de klim gewoon verder , kilometer na kilometer. De snelheid zakt naar 7 a 8 kilometer, uur na uur verstrijkt en de vermoeidheid begint toe te slaan, maar we zetten door. We naderen de sneeuwgrens en eindelijk, eindelijk na nog wat bochten zien we de top met de traditionele gebedsvlaggen, daar achtergelaten door eerdere reizigers. Iedereen is euforisch dat dit monster bedwongen is. Volgens de hoogtemeter van Ruud staan we op een hoogte van 5400 meter. In zijn enthousiasme gaat Paul zelfs zover een Feyenoord vlag op de top op te hangen, tot afgrijnzen van Martin, verstokt NEC-fan. Alles wordt vastgelegd op foto en film voor het thuisfront want we hebben een bijzondere prestatie geleverd, fietsend op deze hoogte. Dan begint de moordende afdaling van 30 kilometer over onverharde paden, vol stenen en kuilen. Halverwege begint het te regenen en door de kou op deze hoogte raken we nat en verkleumd. Maar we moeten verder en gelukkig klaart het weer op en waaien we vanzelf weer grotendeels droog. Een paar kilometer voor de eindstreep wordt de weg geblokkeerd door het Chinese leger. Eerder hadden we in de verte al een paar tentenkampen zien staan en een batterij kanonnen. Een groep militairen houdt ons tegen en vraagt wat we daar aan het doen zijn, want veel toeristen zien ze hier niet. En van Westerlingen die midden in een militaire oefening terecht komen, zijn ze absoluut niet gediend. Tashi bemiddelt en na wat heen en weer gepraat mogen we door. Als we in de buurt van Yangpatcheng de tenten opslaan komt weer het halve dorp kijken. De kinderen krijgen fluitjes en vliegtuigjes, maar de nieuwsgierigheid van de Tibetanen is grenzeloos. Iedere beweging van ons wordt gevolgd, fietsen en uitrusting worden betast, schroom kennen ze niet. Een van de kinderen heeft een zgn krenten baard, een besmettelijke aandoening die met een penicilinekuur gemakkelijk te genezen is. Tot groot verdriet van Paul heeft die die niet bij zich heeft. Een dokter is in het dorp ook niet te bekennen dus de kans is groot dat binnenkort nog meer kinderen besmet raken. Als het eten op tafel komt zijn sommigen zo moe van de geleverde prestatie dat alle eetlust verdwenen is. Het wordt een kort avondje en iedereen zoekt op tijd de slaapzak op. Maar slapen valt moeilijk. Overal om ons heen staan boerderijen en die hebben allemaal waakhonden, die beurtelings een concert aanheffen. Bovendien zijn het honden met een lange adem zodat het even duurt voor we in slaap vallen. ’s Nachts horen we allerlei vreemde geluiden rond onze tenten. In de buurt zwerven ook wilde honden rond en die komen kijken of er geen etenswaren te vinden zijn. Martin laat ze tot bij zijn tent komen en heft dan een oerkreet aan die er voor zorgt dat we de rest van de nacht gevrijwaard blijven van ongewenst bezoek.

yaks Daar gaan we weer!

Vrijdag  7 september. Gisteravond was er nog enige diskussie of we de heetwaterbronnen in het nabijgelegen Yangpatcheng niet zouden bezoeken, na de slopende etappe. Uiteindelijk won de vermoeidheid het van de properheid. Als we vandaag langs de bronnen fietsen, blijkt dat met terugwerlende kracht een wijs besluit. Wat een aangenaam kuroord zou kunnen zijn, is een verzameling troep en viezigheid, die absoluut niet uitnodigt tot een bezoek. Ook het stadje zelf is het bewijs dat het in China altijd nog smeriger kan. We rijden langs een markt met stukken vlees uitgestald op de grond, yakhoofden, waar de hersenen nog uitpuilen. Snel wegwezen dus. Even verder kruisen we de nieuwe spoorlijn van 5000 kilometer lang, die Lhasa met het Chinese Golmund verbindt. Tientallen kilometers lang zullen we langs de spoorlijn rijden. Na Yangpatcheng is het ook afgelopen met de mooie landelijke route en worden we weer veroordeeld tot het rijden op een hele drukke asfaltweg. Bovendien gaat de route gestaag omhoog en tot overmaat van ramp begint het halverwege ook nog te regenen. Als we stoppen voor de lunch blijkt dat de versnelling van Martin’ s fiets defect is. Gelukkig valt het dankzij de handigheid van Martin en de reparatiekoffer van Richard snel te verhelpen. Flink ingepakt proberen we de buien en de kou te trotseren maar prettig is het niet. De weg is eentonig en de voorbijrazende vrachtauto’s en bussen maakt het er niet beter op. De laatste 20 kilometer wachten er nog enkele flinke klimmetjes en iedereen is blij als de 90 kilometer erop zitten en we in het Pembahotel in Damshung zijn. We verheugen ons op een warme douche en een warm bed, maar opnieuw is er een verrassing, eentje van de minder aangename soort. Er is geen electriciteit en geen water. Frustratie en woede bij iedereen, want daar hadden we reikhalzend naar uitgezien. Hotelpersoneel en Tashi verzekeren ons dat alles in orde komt, ‘ soon’ de voordurende kreet die we te horen krijgen. Maar dat is in China een rekbaar begrip kunnen we opnieuw constateren. We eten in het restaurant van het hotel, al is dat een wat wijdse betiteling voor de ruimte waar we zitten. Daar zit nog een Nederlander, met zijn Zwitserse vriendin. Hij is al twee jaar op wereldreis en hoort met belangstelling onze verhalen. Eindelijk eten we weer eens een behoorlijke maaltijd, tot verbazing van de Chinezen bestellen we niet een aantal verschillende gerechten om samen te delen maar neemt iedereen zijn eigen ‘ sweet and sour porc fillets’ . Twee maal daags een bakje rijst met steeds dezelfde groente vol typische Chinese kruiden gaat op den duur vervelen. Daardoor is er tijdens onze tocht een heel specifiek fenomeen onststaan, door Paul treffend omschreven als ‘ culinair drooggeilen’ . Na weer een sobere rijstmaaltijd vliegen de meest fantastische gerechten over tafel en wordt er druk gedagdroomd over alle heerlijkheden die na thuiskomst verorberd zullen worden. De ‘ Big Whopper’ na aankomst op Schiphol staat 1 met stip !!!!!!! Het excuus is dat we tijdens onze trip zoveel kilo’ s zijn kwijtgeraakt dat we ons dat wel weer kunnen veroorloven. Ook na het eten is er nog geen warm water. We gaan slapen maar laten de kraan open zodat we horen wanneer er weer water is. Kwart over tien schrikt iedereen wakker door het stromende water. Na vier dagen eindelijk een warme douche, wat is dat heerlijk. Schoon en voldaan zoekt iedereen zijn bedje op.

nog meer yaks markt vrouwtje

Zaterdag  8 september. Verrassing. Er zijn broodjes bij het ontbijt. Maar het beleg bestaat weer uit het onvermijdelijke ei. Een beetje karig voor de klim die ons te wachten staat. Vandaag moet we, op weg naar het Namtso meer, over de La Ken La, volgens de kaart ruim 4900 meter hoog. We verlaten Damshung en kunnen gelukkig zo’n 10 kilometer inrijden. Dan gaan we het Nationale Park Namtso in en begint de klim meteen. De weg is goed en geasfalteerd, dat is het goede nieuws, het slechte nieuws is dat deze klim veel steiler is dan de Suga La van eergisteren. Tergend langzaam kruipen we omhoog, de de versnellingen die we gebruiken worden steeds kleiner. Na iedere bocht weer een nieuwe slinger omhoog. Gelukkig is het weer prima. Na tien slopende kilometers wacht de lunch, maar weer rijst met weer dezelfde groente is nu net een halte te ver. We klagen bij Tashi dat het eten wel erg eenzijdig is en niet echt afgestemd op de zware prestaties die we leveren. Hij belooft beterschap. Opnieuw klimmen we verder en bij iedere bocht hopen we de top te zien. Tevergeefs. Weer volgen nieuwe hellingen die het uiterste van ons vergen. Na eindeloos lijkende kilometers bereiken we de top. Die is volgens een daar geplaatste gedenksteen zelfs 5190 meter. Daar worden we zo ongeveer besprongen door hordes Chinese toeristen, die per bus het Namtso meer bezoeken. We zijn helden in hun ogen en dus wil iedereen met ons op de foto. Ook de Nederlander van de wereldreis komen we hier weer tegen. Als we ons eindelijk weten los te rukken van alle opdringerige Chinezen dalen we in razende vaart over een brede weg af richting meer. Dat ligt toch nog 20 kilometer ver weg. We slaan ons kamp op in een weiland langs een idylisch beekje. De zon schijnt heerlijk en als de matjes tevoorschijn komen, doet iedereen een tukkie. Tashi en zijn companen bezorgen ons de verrassing van de avond. Ze toveren een heerlijke, afwisselende maaltijd op tafel, met heerlijke soep, gebakken aardappelen Tibetaanse dumplings gevuld met gehakt en aangevuld met groente. De blik op het meer en de achterliggende bergen in het avondlicht maken deze dag meer dan goed.

weer een slinger ophoog ons tentenkamp

Zondag  9 september. Afgelopen nacht is het definitieve bewijs geleverd dat onze tenten goed waterdicht zijn. Eerst begon het flink te waaien en die wind groeide uit tot een complete storm. Op 4900 meter in de bergen gaat het dan behoorlijk tekeer. Met de storm kwamen urenlange hoosbuien, afgewisseld met onweersbuien. Onder die omstandigheden is het lastig slapen. Ook s’ ochtends bleef het pijpestelen regenen zodat we, als op een echte zondagmorgen, rustig konden blijven liggen. Rond half tien werd het droog en klaarde het weer op. Boven het Namtso meer verscheen schoorvoetend de zon. Dat meer lijkt heel dichtbij maar zoals wel vaker de afgelopen weken verkijken we ons vreselijk op de afstand. Volgens gids Tashi ligt het meer op zeker 30 kilometer en omdat het per slot van rekening onze rustdag is besluiten we met de bus naar het meer te gaan. Op weg daarheen zien we tientallen nomdaenfamilies die daar in tenten met hun vee leven onder de meest primitieve omstandigheden. Bij het meer is er een soort Valkenburg op zijn Chinees, dus alles kris kras door elkaar en bovendien weer heel smerig. Een afgekloven geitekop slingert gewoon in het rond. Het meer en de achtergelegen bergen zijn prachtig maar veel meer is er eigenlijk niet te zien. We beklimmen de rots vol gebedsvlaggen voor het mooie uitzicht, kopen nog wat souvenirs bij de onvermijdelijke kraampjes en rijden weer terug. Onderweg stoppen we bij een nomaden familie om foto’s te maken. Daar krijgen ze 20 yuan voor, 2 euro, en dat is voor die mensen waarschijnlijk een godsvermogen. Moeder krijgt het geld maar de kinderen blijven bedelen om het hardst, ook als ze al iets gekregen hebben. Dat is een terugkerend dilemma tijdens onze reis. Volgens Paul Kronenberg van Braille Without Borders moeten we niets geven aan bedelende mensen om zo een einde te maken aan deze voor de Tibetanen beschamende praktijk. Maar als je de armoede ziet, de schamele kleding, de vervuilde kinderen, is dat vaak moeilijk vol te houden. Wat wel stoort is dat het nooit genoeg is. Ook na een gulle gift blijven vooral de kinderen doorbedelen. Als we bij de tenten terugkomen heeft de kok weer een soort appelflappen zonder appel voor ons gemaakt. De klacht over het eenzijdige eten heeft gewerkt en opeens komen we allerlei nieuwe gerechten op tafel. In het namiddag zonnetje genieten we van het uitzicht en een glaasje Lhasa bier. Onze laatste week is aangebroken en dan gaat het meestal vlug, beseft iedereen. Na alle regen hopen we op nog een paar zonnige dagen.

wat een uitzicht!

Maandag  10 september. We kamperen op 5000 meter hoogte op de flanken van de La Ke La en dat hebben we geweten. Opnieuw teistert ’s nachts een storm ons tentenkamp. De slaaptentjes houden het, de grote eettent gaat weer tegen de vlakte. Door het gegier van de wind en het klapperen van het tentzeil is het voor de meesten van ons een onrustige nacht. Bovendien is het stervenskoud en dat merken we vooral als we ’s ochtends opstaan en ons bij het beekje snel wassen. De nodige lagen kleding worden snel aangeschoten en na het ontbijt wacht ons de beklimming van de La Ke La, nu van de ‘ achterkant’ . Die zijn we eergisteren in razende vaart afgedaald dus we weten wat ons te wachten staat. 6 kilometer omhoog met enkele steile stukjes. Waar we geen rekening mee hadden gehouden is de wind. Die staat pal tegen en is sinds vannacht weinig in kracht afgenomen. Het wordt dus weer afzien. Tergend langzaam klimmen we omhoog en we hebben steeds minder aandacht voor het prachtige landschap. 2 kilometer voor de top wordt er aan de weg gewerkt en is er een wegversmalling. Hier krijgen we allemaal te maken met het asociale rijgedrag van de Chinezen. Wachten voor het omhoog komend verkeer of welk verkeer dan ook is er niet bij. We worden gewoon van de weg gedrukt door vrachtauto’ s en bussen die doorrijden als wij in de wegversmalling zijn. Als Martin het slachtoffer wordt van een agressieve buschauffeur slaat hij woedend tegen de bus. Die stopt, de buschauffeur stapt uit, gevolgd door een vijftal Chinezen, en hij geeft Martin een stomp. Dan verschijnt Richard van de Velde ten tonele en met iedere meter die hij dichterbij komt zie je de schrik in de ogen van de Chinezen groeien. Ze deinzen achteruit en uit de bus springt een Chinees die al ‘ sorry’ roepend probeert de boel te sussen. Dat lukt en de Chinezen weten niet hoe snel ze in de bus moeten komen. Op de top moeten we weer op de foto met taal van Chinezen, die ons opnieuw tot ‘ helden’ uitroepen. Gelet op de gemiddelde leefwijze van de ‘ moderne’ Chinees is dat niet zo vreemd. Die rookt zich te pletter omdat het een statussymbool is en teken van welvaart, eet liefst twee keer per dag heel uitgebreid en vet en beweegt geen meter. Zelfs de kortste afstand wordt per auto afgelegd. Over twintig jaar heeft China een enorm gezondheidsprobleem met te dikke mensen met allerlei welvaartziekten, zoals we dat nu ook in Europa kennen. Alleen dan nog vele malen erger, We dalen af naar Damshung, een lange lekkere afdaling en opeens, ergens onderweg op een bruggetje, zit Joke, de vrouw van Ruud. Zij is naar Tibet gekomen om ons te verwelkomen en na afloop van ‘ Rondje Tibet’ met Ruud nog op vakantie te gaan. Een hartelijk weerzien na een scheiding van ruim twee en een halve week. In Damshung logeren we opnieuw in het Pema hotel en net zoals afgelopen vrijdag is er geen water en geen elektriciteit, zoals in het hele dorp. Geen douche en geen opfrissen maar wachten tot er eindelijk warm water is. Ons plan om dit dagboek in een internetcafé te versturen moet dus even wachten. Pas ’s avonds laat is er weer stroom en water. We eten in een echt Chinees restaurant met draaiplateau en veel verschillende gerechten. Heerlijk en overvloedig, na de bekende rijstpotjes onderweg, die we behoorlijk zat zijn. En als extra beloning slapen we in een echt bed.

ontbijt

Dinsdag  11 september. Bij het ontbijt wordt, tot ons afgrijnzen, opnieuw rijstepap geserveerd. We proberen met het Tibetaanse woordenboek in de hand brood te bestellen. Maar de uitbaatster is Chinees en verstaat de taal van het land waarin zij woont niet ! Met het Chinees woordenboek erbij begrijpt ze wat we willen. Pas als we geld geven is ze bereid aan de overkant broodjes te halen. Het zijn voorverpakte fabrieksbroodjes en mierenzoet. Maar alles beter dan die rijstepap. We rijden het lange, saaie stuk terug naar Yangpatchen, een weg vol kamikaze chauffeurs in bussen, vrachtauto’ s en vooral four wheel drives. Daar stikt het hier van alsof ze gratis te geef zijn. De weg gaat continu omlaag en we schieten geweldig op. Onderweg pauzeren we op de mooiste lunchplek van deze tocht. Op een grasveldje langs de rivier. Het kost moeite weer op stappen. We rijden nog 40 kilometer die zwaar worden omdat de wind pal tegen staat. Zo’ n 40 kilometer voor Lasha vinden we opnieuw een mooi grasveldje en genieten we in de namiddag lekker van de zon. Richard vd V. en Paul gaan nog een ommetje maken. Als ze in het dorpje in de buurt lopen worden ze aangesproken door een modern geklede jonge vrouw. Die wenkt hen mee te komen. Protesteren helpt niet. Ze belanden op een soort dorpsfeest waar ze meteen tot eregasten worden gebombardeerd. Er wordt gedanst en gezongen. De kleine glaasjes bevatten geen yakboterthee maar ‘chang’ , een zelfgestookt Tibetaans brouwsel. Na elk slokje wordt het glas snel bijgevuld. Kinderen maken gebaren dat je er stomdronken van raakt. Om dat te voorkomen vluchten Paul en Richard na twee glaasjes snel terug naar de tenten, een geweldige ervaring rijker. Morgen nog maar een klein stukje fietsen, zodat we op tijd in Lasha zijn en we alle tijd hebben om onze fietsen schoon te maken en weer in te pakken. Het einde van ons ‘ Rondje Tibet’ nadert nu echt.

het afscheid

Woensdag  12 september. Woensdag 12 september De laatste fietsdag. Vroeg op om op tijd in Lhasa te zijn. Als Freddy en Ruud niet snel genoeg hun tent uit komen, wordt die door Richard en Richard vast ‘ afgebroken’ . De route gaat bergaf en we hoeven nog maar een kilometer of veertig. In de buitenwijken van Lhasa krijgen we helaas weer te maken met de verstikkende luchtvervuiling van de grote stad. Walmende bussen en vrachtauto’ s maken het ademhalen moeilijk. Rond half twaalf zijn we bij het Potala paleis en daar worden we enthousiast welkom geheten door Sabriye, Paul en Joke. Met de traditionele shawls en een flesje cola. De groep maakt kennis met Sabriye, die bij ons vertrek nog in India zat. Als we voor het paleis een complete fotosessie houden trekken we de nodige aandacht. Daarna fietsen we naar het instituut, Paul en Sabriye slalommen op hun tandem volleerd door het levensgevaarlijke verkeer. Bij het instituut staan de kinderen buiten om ons opnieuw toe te zingen. Hartverwarmend en op deze momenten beseffen we dat alles wat we gedaan hebben meer dan de moeite waard was. S’ Middags worden fietsen ingepakt en inkopen gedaan. Kleding is zo goedkoop hier dat menigeen het zonde vindt daar geen gebruik van te maken. ’s Avonds eten we ten afscheid met Sabriye en Paul in Snowland. Na een welkomstdrankje vertelt Ruud in het Limburgs (want dat verstaat Sabriye beter) hoe het idee van ‘ Rondje Tibet’ is ontstaan en hoe we het afgelopen half jaar geld bij elkaar hebben gehaald. Dan komt het grote moment. Paul krijgt een viltstift en mag op een grote kartonnen cheque van achteren naar voren het tot nu toe ingezamelde bedrag invullen. Dat bedrag is:
51.121,56 euro

Als de laatste vijf wordt genoemd, vallen beiden even stil van ontroering. Dan breekt de spanning en wordt er gehuild, gelachen, omhelst en gezoend. We blijken in grootte de vierde sponsor te zijn, na een groot bedrijf, een vermogende particulier en een Nederlandse stichting. Da’s iets om best wel trots op te zijn. Op het blindeninstituut vieren we met de kinderen onze afscheidsavond. Ze zingen, dansen en stralen zoveel levensvreugde uit, klemmen zich aan je vast en willen met je dansen. Het is zo fantastisch en mooi om te zien: de beste beloning die we voor ons werk van het afgelopen half jaar kunnen krijgen. Als klap op de vuurpijl komt Paul met het bericht dat hij zojuist uit Nederland een mailtje heeft gekregen. Een stichting, dieonbekend wenst te blijven, heeft via ons “ Rondje Tibet’ van het werk van Paul en Sabriye gehoord. Ze zeggen drie jaar lang een bedrag van 20.000 euro per jaar toe. Daarmee zijn voor Paul en Sabriye voor de korte termijn de grootste zorgen voorbij en kunnen ze zich in alle rust op hun werk richten. Wat een besluit van een geweldige avond ! Rustig gaan we terug naar ons hotel. De missie is volbracht. Ons doel is bereikt. Het was goed zo. Wat heeft de deelnemers het meest geraakt?

Cees

Ik ben zeer onder de indruk van het resultaat van het werk van Sabriye en Paul. Ze maken van de blinde kinderen zelfstandige mensen die een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. De kinderen zijn erg gelukkig en vinden dat ze bevoorrecht zijn omdat ze talen en een beroep leren. Dit in tegenstelling tot veel leeftijd genoten. Daarnaast ben ik ook zeer onder de indruk van de bergpassen. Wij zijn maar liefst 3 maal tot boven de 5.000 meter geklommen (1 maal 5.500 meter en twee maal 5.200 meter). Ook heeft het avontuur indruk op mij gemaakt. Bruggen die weggespoeld zijn, enorme rotsblokken op de weg, zandwegen die veranderen in rivieren, slapen in lekkende tenten, tenten die in de storm weg waaien, enz.

Paul

Wat heeft mij op onze tocht speciaal getroffen: Ten eerste,wat geven Sabriye en Paul met hun formidabele inzet deze blinde kinderen veel: Opleiding, kansen in de maatschappij, maar daarnaast zoveel warmte. Ten tweede, wat stralen deze kinderen een hartverwarmende blijheid en vrolijkheid uit. Dan wat de tocht zelf betreft: Wat een opsteker was het voor mij om te constateren dat, vooral op het immense platteland, de Tibetaanse identiteit nog intact is, veel meer dan ik had verwacht!

Freddy

Ik kan natuurlijk ook vertellen over Sabriye en Paul, maar dat is hierboven al gedaan en daar sta ik volledig achter. Voor mij de eerste keer in dit deel van de wereld, wat een verschil,maar ook wat een tegenstellingen, arm en rijk, de aardige mooie Tibetanen met heel veel uiterlijke gelijkenissen met de Amerikaanse Indianen, en de boerende, rochelende, winden latende Chinezen met absoluut geen gevoel voor hoe anderen er over denken. De fietstocht was geweldig op deze hoogte en met de wilde natuur en Yaks rondom je heen, en natuurlijk het samen zijn met Het Team, wat een lol hebben we gehad, geen enkele strubbeling. In een woord, het was geweldig!

Martin

Ondergedompeld worden in een totaal andere cultuur heeft op mij een enorme indruk achter gelaten. Vooraf proberen in te schatten hoe ik zou reageren op de inspanningen op hoogte was onmogelijk. Verassend vond ik dat iedereen schijnbaar moeiteloos met deze andere omstandigheden omging. Opmerkelijk vond ik de confrontatie met het geloof, ge”exploiteert op een wijze gelijk aan de katholieke kerk. Een enorme ten toonspreiding van rijkdom in een land dat veel armoede kent. De Chinese invloed op de leefomstandigheden is onmiskenbaar. Grote 4x4`s en handkarren passen in het straatbeeld. Verder enorm veel winkeltjes die dezelfde handel drijven. Hoe is het inhemelsnaam mogelijk dat deze mensen kunnen leven van hun handel. Natuurlijk hartverwarmend het bezoek aan het instituut van Sabriye en Paul. Wat genieten de kinderen van de mogelijkheden die hen geboden worden. Als laatste de onmogelijkheid om afstanden in te schatten. Het weidse landschap omgeven door bergen geeft je de mogelijkheid om soms 40 km ver te kijken terwijl je denkt dat het hoogstens 5 km is.

Richard van de Velde

Ik heb het gevoel gehad 3 weken in de middeleeuwen gefietst te hebben. Zoveel vriendelijke mensen in Tibet. Zoveel armoede en toch zoveel geluk. Het is alleen zo jammer dat de Chinezen er “ welvaart” willen brengen.

Richard Roeland

Hallo. Tibet heb ik met gemengde gevoelens ontmoet. De tegenstellingen zijn enorm De verschillen tussen de culturen zijn erg groot en dan bedoel ik dat in het voordeel van de Tibetanen. Het fietsen was uitzonderlijk mooi en over Paul en Sabriye hoef ik niets meer te zeggen, zie de vorige sprekers.

Ruud

Wat begon als een aarzelend avontuur, een half jaar geleden is voorbij en het is meer dan geslaagd. De hernieuwde kennismaking met Tibet en vooral de fietstocht waren overweldigend: het landschap, de mensen. Een groep fietsvrienden, die vrij willekeurig bij elkaar kwam, is in grote harmonie drie weken lang door Tibet getrokken, we hebben samen afgezien, gevloekt op de eindeloze beklimmingen en er daarna samen hartelijk om gelachen. Het belangrijkste is dat we met eigen ogen hebben kunnen zien wat voor geweldig werk Sabriye en Paul doen, in Lhasa en op de boerderij in Shigatse. We hebben de levensvreugde van de kinderen gezien en de kansen die ze nu krijgen. Dat geeft een enorme voldoening en maakt alle inspanningen van het afgelopen half jaar meer dan de moeite waard.


De cheque!


copyright 2007 Rondje Tibet
rekening: 1278.64.652  Rabobank Soest t.n.v.  Stichting Rondje Tibet