Tibet
Tibet laat je niet meer los, als je er ooit geweest bent. De rijke boeddhistische cultuur, de grote hoogte en de overweldigende landschappen, versterkt door het prachtige licht, maken van een reis door Tibet een onvergetelijke ervaring.
De mensen en de sfeer zijn bijzonder. Het is een reis door lang vervlogen tijden. Alles is doordrenkt van religie. Dat proef je vooral in Lhasa, althans in het oude Tibetaanse deel van de stad. Daar zie je de talloze pelgrims, die er vaak een voetreis van weken voor over hebben gehad om te bidden bij de vele heiligdommen, het Potala Paleis, de Jokhang Tempel, het Drepung en Sera klooster.
Voor de komst van
de
Chinezen leefde vijftien procent van de bevolking als monnik of non. Na de vlucht van de Dalai Lama in 1959 sloten de Chinezen alle kloosters. Veel monniken en nonnen vonden de dood. De overlevenden vluchtten naar India, waar ze hun oude kloosters heroprichtten. Daar, in het noorden in Dharamsala leeft ook de Dalai Lama. Intussen zijn ook in Tibet veel kloosters herbouwd.
Tibet is een hard land, van een enorme omvang, 4000 meter boven de zeespiegel. Het is er doodstil. De nachten zijn er koud, overdag kan de zon behoorlijk branden.
Qua stilte, eenzaamheid en hardheid heeft de Tibetaanse hoogvlakte alles van de woestijn. Daar leven de yakherders nog net zo als duizend jaar geleden. Het Tibetaanse boeddhisme weerspiegelt dat harde leven: laat los wat niet essentieel is voor het naakte bestaan, overwin de vergankelijkheid van het lichaam, beheers materile verlangens en richt je op de ontwikkeling van de geest.
Het lichaam is slechts broos en tijdelijk. Laat je niet door tijdelijkheid overheersen. Zo begraven Tibetanen hun doden: ze hakken het lichaam in stukken en laten het over aan de vogels. De geest gaat verder.
